Voor
de dinsdag staat een bezoek aan het Felsenlabyrinth-Luiisenburg bij Wunsiedel op
het programma. Tijdens het bovencarboon, 240 miljoen jaar geleden, werden de
plooien van een al lang niet meer bestaand hooggebergte gevuld met gloeiende
magma. Over een lange periode stolde de magma tot Graniet. Het dekgesteente,
bestaande uit Schiefer en Marmer erodeerde
weg door de jaren heen. Sinds het Tertiair, 30 miljoen jaar geleden, kreeg de
erosie vat op de Graniet. De verwering werd bevorderd door de horizontale en
verticale scheuren in de graniet, die ontstaan waren door de onregelmatige
afkoeling. Het bijna tropische klimaat van het Tertiair bevorderde de chemische
afbraak; de vorst en de temperatuurwisselingen tijdens het daaropvolgende
Diluvium brachten een hevige mechanische verwering teweeg. Omdat de erosie
het
eerst de hoeken en kanten aanpakt ontstaan er eerst wollsack en matrasvormige
bouwsels. Toen vervolgens
de
zich in de naden bevindende erosie resten weggespoeld worden veranderen de
blokken Basalt langzaam van positie en vallen uiteindelijk van elkaar. Het
resultaat is het Felsenlabyrinth. Er is een wandeling uitgezet die tussen en
onderdoor de gigantische Granietblokken gaat. Brede doorgangen worden
afgewisseld door kruipdoor-sluipdoor gangetjes waar je bijna op je knieën door
heen moet.
Vermoeiend, maar heel leuk en indrukwekkend.
Na
de middag gaan we naar Wunsiedel en komen in het Fichtelgebirgsmuseum terecht.
Naast een collectie voorwerpen uit de omgeving herbergt het een prachtige
mineralenverzameling.
De indeling is nu eens niet volgens Strunz, maar naar de geologische
indeling
van het gebied. In elke vitrine hangt een geologisch kaartje met daarop
aangegeven de gesteentelaag. Verder geslepen voorbeelden van het 
gesteente
en de mineralen die er in voorkomen. Mooie gesteente voorbeelden en prachtige
stukken met mineralen.
Achter in de middag weer naar de Acherwiese, nu aan de andere kant. De
eerste steen die ik opraap is raak. De groene granaatje zijn met het blote oog
te zien. Ze zitten in Albiet. Als
we de akker oplopen en weten welke stenen we
moeten hebben, Gneis met Albiet, vinden we in een uur tijd een emmer vol. Er
zitten ook stukken bij met groene kristallen, waarschijnlijk Epidoot.
Onze dag is weer goed. Als we bij het hotel komen zijn Piet en Ann
aangekomen..
Woensdagmorgen gaan de drie mannen op zoek naar een paar groeves in de
buurt van Tröstau en gaan de dames aan de wandel. We worden door een
vriendelijke inwoner letterlijk en figuurlijk het bos ingestuurd. Van de
groeves, die al jaren stilliggen, is niets terug te vinden. Na een wandeling van
een uur besluiten we terug te rijden naar de grote weg van waaruit we een groeve
hebben zien liggen. D
eze te vinde
n was niet zo moeilijk, toestemming om er in te
komen onmogelijk. Omdat Piet niet op de Acherwiese is geweest gaan we
uiteindelijk daar maar naar toe.
Rond half twee zijn we, net als de vrouwen weer bij het hotel. We
besluiten met de Sessellift vanuit Bishofsgrün
de Ochsenkopf op te gaan en weer
naar beneden te wandelen. De berg is 1024 meter hoog en
geeft een prachtig
uitzicht over het Fichtelgebirge. De wandeling van ruim een uur is mooi, al
begint het weer langzaam minder te worden. Als we naar het hotel rijden regent
het. En niet voor de laatste keer die week. Een groot deel van de
deelnemers aan
de Hemelvaartexcursie is inmiddels aangekomen; de groep wordt steeds groter.
De donderdag morgen gaan een aantal mensen naar een groeve; Fred en ik
blijven in de buurt. Wij gaan in het bos tegenover de oude zilvermijn op zoek
naar Rookkwarts, dat daar volgens een oud verhaal uit de 80er jaren te vinden
moet zijn. Sporen van oude mijnbouw waren er genoeg in het bos; pingen en een
lange diepe geul waren er de overblijfselen van. In het bos lagen stenen met
aders van
Haematiet voor het oprapen. Geen kristallen maar toch wel mooi. Van de
Rookkwarts was niets te zien. Na een paar uur in de stromende regen gelopen te
hebben vonden we het welletjes. We zijn nog even bij de oude mijn gaan kijken
die nu te bezoeken was. De gids vertelde dat er Zilver en Goud gevonden was in
het verleden. De
Haematiet in het bos bevatte ook een heel klein percentage
zilver. Vandaar de mooie glans. Het goud werd op 600 meter diep uit Pyriet met
een beetje Goud erin gewonnen. De gids verkocht stukjes hiervan tegen een
redelijke prijs.
De anderen zijn in de Basaltgroeve Tichelberg Bij Pechbrunn geweest. Zij
hebben daar mooie zeolieten gevonden.
De rest van de groep voor de excursie was nu ook aangekomen.
De Hemelvaartexcursie kon beginnen.
Bert
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Hemelvaart 2006
Naar het Fichtelgebergte. Voor ons een heel nieuw gebied. Op pad met een
gids, Michael Marr.
Vol goede moed vertrekken we woensdagmorgen en komen na een drukke maar
goed verlopen reis aan bij Gasthof Markhof. Foto's op internet blijken toch
altijd mooier! Het pension is gedateerd, maar de prijs is er naar. En Frau
Gisela Markhof is een geweldig gezellige, hartelijke gastvrouw. Alles is
mogelijk, ze geniet zichtbaar van ons. We voelen ons thuis en zouden zo
teruggaan.
We zien 's woensdags de zon nog volop schijnen, iets wat de dagen erna
helaas bijna niet meer voorkomt.
Donderdagmorgen gaan we met zeven mensen -we hebben de dag nog voor
onszelf- naar de basaltgroeve Teichelberg in Pechbrunn.De regen valt met bakken
uit de lucht, als we uit de auto stappen.Dat wordt dus direct regenpakken aan.
We hebben het geluk twee Duitse mineralenzoekers tegen het lijf te lopen, die
net weer weg willen, maar ons eerst nog even heel vriendelijk naar de goede plek
brengen. Witte plekken schitteren ons tegemoet met veel holtes. Natroliet, Phillipsiet, andere zeolieten. Hoewel alles nat is, de stenen glad zijn en het
zoeken dus moeilijk is, is het toch een feest.Vooral als het al vrij snel weer
droog wordt. Leg dat maar eens uit aan "normale" mensen!
's
Middags gaan we langs de Acher Wiese, waar Bert en Fred de dag ervoor mooie,
groene granaatjes gevonden hebben. Het zal de kou wel zijn: wij vinden niks.
De heren gaan daarna nog even naar het bos tegenover het
Silbereisenbergwerk. Hier hebben Hans, Albert en ik de dag ervoor naar
rookkwarts gezocht, maar alleen wat hematiet gevonden. Deze keer vinden ze veel
meer mooie hematiet door een gelukkige "krabactie"onder een boom.De
hele groep is hier de dagen erna wel geweest om wat hematiet mee te nemen.
Ik hou het voor gezien, vind de warme douche om mezelf weer op temperatuur
en de verwarming om de kleren droog te krijgen, even belangrijker. Beide
functioneren prima en blijven de dagen erna helaas belangrijk.
's Avonds is iedereen gearriveerd en eten we met een grote groep in een
restaurant in de buurt.Het is weer ouderwets gezellig.
Vrijdagmorgen beginnen we met z'n allen - we hebben zelfs gasten uit Den
Haag - aan onze excursie.Na wat aanloopproblemen, omdat onze gids te laat is
door familieomstandigheden, starten
we
om kwart voor elf in Gefrees bij een maisveld waar in de stenen van het land
diopsied gevonden kan worden.Het is fris maar droog. De klim omhoog laat on
s
voelen hoe ongetraind we zijn.Onze vondsten zijn minimaal, maar misschien hebben
anderen meer gevonden? Ik geniet in ieder geval van de natuur.
Na een uurtje gaan we naar de omgeving van Falls, waar we op zoek gaan
naar rose granaatjes,weer aan de bosrand. Met de gids bekijk ik een interessante
ontsluiting,
waar
ook nog twee stukjes disthen zitten.(hij krabt er eerst het mos af!) De rest is
door
mineralenzoekers
meegenomen.
Het is nog steeds droog, als we hier weggaan.Het restaurant waar de gids
wil pauzeren slaan we over, want we willen allemaal graag naar de Halden van de
Johanneszeche en de lucht wordt steeds grijzer.
De Halden zijn inderdaad wat we allemaal graag willen: heel veel stenen
waarop iedereen zich naar hartelust op zijn eigen manier kan uitleven; binnen de
kortste keren is iedereen hier zielstevreden
bezig.Helaas
begint het vrij snel te miezeren, overgaand in steeds hardere regen. Maar we
laten ons niet kisten, gaan gewoon door. Er worden leuke dingen gevonden:
sterrenkwarts, calciet, dolomiet, muscoviet, tourmalijn en zelfs een beryl!
Thuis weer het ritueel: warme douche/ natte kleren op de verwarming.
In de Gaststube dan gezellig koffie, een wijntje, kletsen, grappen en
grollen, opmerkingen die heen en
weer vliegen, samen eten, weer een drankje. Deze gezelligheid vind ik ieder jaar
weer het hoogtepunt. Het voelt zo heerlijk vertrouwd in de groep. Dan zing je
toch vanzelf de mooiste duetten met Fred en danst de Engelse wals met Herman? Ik
vind het heerlijk, dit onbezorgd genieten.
De
zaterdag is bijna een copie van de vrijdag. We gaan alleen vroeger op pad. Naar
de
omgeving
van Erbendorf deze keer. Achter de Sportplatz in het bos zoeken naar cerussiet,
een stuk verderop krabben in het bos om magnetiet te vinden, dan weer naar een
bosrand om fosfaten te zoeken. De vondsten zijn niet echt geweldig, maar het is
droog. Tot twaalf uur!
Met een aantal mensen zijn we na het officiële programma teruggegaan naar
de Halden van de Johanneszeche.Daar worden we nat tot op het bot, maar je geeft
als echte mineralenzoeker niet op, nietwaar?
Onze wandelclub heeft zich deze dagen trouwens ook kranig geweerd. Het is
hier steiler dan in het Sauerland. De dames zijn ook regelmatig nat geworden,
maar hebben toch genoten van dit mooie wandelgebied, laten ze weten. Jammer dat
An moest afhaken, maar die organiseert dan prompt weer een slakkenrace.
Creativiteit alom.
Het "slotavonddiner"in de Markhof is uiteraard heel gezellig.
Hans organiseert spontaan een verloting 
omdat hij al heeft voorzien dat de
vondsten wat minder zouden zijn. Ook onze gids brengt nog wat mineralen mee.
Na een nacht met heel veel regen, is het de volgende morgen zowaar droog
als iedereen vertrekt. Wij blijven nog een dag en gaan nog een keer naar
Pechbrunn. En geloof het of niet: we zoeken daar heerlijk met het zonnetje in de
rug. We gaan naar het museum in Wunsiedel terwijl de zon schijnt. Aan te bevelen
trouwens, dat museum. En als we 's avonds zitten te eten in de Markhof schijnt
de zon nog steeds. Maar oh, wat is het stil! We zitten er helemaal alleen. Was
Jan (Burgermeester) er maar om dat wonderschone Schwalbenlied van Heintje nog eens op zijn
geheel eigen wijze te zingen. ( bedankt Jan, het heeft nog dagen in mijn hoofd
gezeten!)
We gaan maar vroeg naar bed en maandagmorgen weer naar huis.
Frau Gisela Markhof laat ons nog wel weten dat ze ontzettend van ons
genoten heeft: we waren allemaal zo vrolijk en gezellig en niemand zeurde. Dat
horen we toch ieder jaar! Zullen we dat vooral zo houden? Dank jullie wel,
allemaal!
Riet Leuverink
|
|